Ga naar inhoud
Alle artikels
Inside the Peloton5 min leestijd22 maart 2026

Milano-Sanremo Donne 2026 🇮🇹 - De Dag dat Alles Kantelde op de Cipressa

156 kilometer van Genua naar Sanremo - van bidons vullen aan de bevoorrading tot een crash die alles veranderde.

Jessica Van Melkebeke
Jessica Van MelkebekeMsc. Kinesitherapie & Osteopathie
AG Insurance Soudal renster op de Italiaanse kustweg richting Sanremo

De langste eendagskoers van het jaar

Milano-Sanremo is de langste eendagskoers op de kalender. De vrouweneditie van 2026 telde 156 kilometer van Genua naar de Via Roma in Sanremo, dwars langs de Ligurische kust. Het bijzondere aan deze koers is dat het grootste deel relatief vlak verloopt: meer dan 120 kilometer langs de zee voordat de Cipressa en de Poggio de koers in een fractie van de tijd beslissen. Die lengte klinkt minder zwaar dan een bergrit, maar het is precies het tegenovergestelde. Uren in het peloton zitten aan een gemiddelde snelheid van meer dan 41 km/u vreet energie. Niet zozeer door de intensiteit, maar door het constante alertzijn. Positie houden, aandacht voor de wind, schakelen tussen groepen. Tegen de tijd dat de Cipressa in zicht komt, heb je al meer dan 130 kilometer in de benen en moet je nog alles geven.

In de avonden voor Sanremo lag de focus op de posturale spiergroepen: de diepe rugspieren, de scapulaire stabilisatoren en de nekmusculatuur die het zwaarst belast worden door uren in dezelfde gebogen positie. Langere behandelsessies waarin ik kinesitherapie en osteopathie combineerde: mobilisatie van de thoracale wervelkolom, fasciale release op de grote rugketens, en viscerale technieken om de spanning op het diafragma te verminderen die ontstaat na dagen reizen en wedstrijdstress. Specifieke aandacht voor de lage rug en de heupen. Op de ochtend van de koers stond ik samen met de rest van het team bidons klaar te maken. Isodrink voor de vlakke kilometers langs de kust, gels en extra cafeïne voor de finale. Bij een koers van 156 kilometer is de bevoorrading cruciaal: als de bidons niet op het juiste moment bij de juiste renster zijn, betaal je daar later voor op de Poggio.

De Cipressa en het moment dat alles kantelde

De koers verliep volgens plan. Een vroege kopgroep van negen rensters reed meer dan vier minuten weg, maar werd op de Capo Berta bijgehaald. Met 31,5 kilometer te gaan was alles weer samen. Op de Cipressa zelf, 5,6 kilometer aan gemiddeld 4,1 procent, begonnen de eerste aanvallen. Via de koersradio hoorde ik dat onze ploeg goed geplaatst zat. De sfeer aan de finish was geconcentreerd maar optimistisch. Alles klopte.

En dan de afdaling. Negentien kilometer voor de streep, een blinde bocht, en het peloton dat op volle snelheid de helling afdaalt. Je hoort het eerst via de radio: geschreeuw, verwarring, en dan stilte terwijl iedereen probeert te begrijpen wat er gebeurd is. Een massale valpartij op de afdaling van de Cipressa. Kasia Niewiadoma-Phinney moest opgeven. Debora Silvestri ging over de vangrail en werd volgens de persberichten afgevoerd met vijf gebroken ribben en een schouderbreuk. Rensters van Visma-Lease a Bike, Human Powered Health en EF Education-Oatly lagen op de grond. En Kim Le Court-Pienaar, onze kopvrouw, zat er middenin. De minuten tussen dat eerste radiobericht en de bevestiging dat ze weer op de fiets zat, waren de langste van de dag.

Kim stapte weer op. Dat is wat rensters doen: je stapt op en je rijdt naar de streep. Ze finishte als 99ste, op 7 minuten en 34 seconden van Lotte Kopecky die vanuit een kopgroep van vijf de sprint op de Via Roma won na een aanval op de Poggio. Een gemiddelde snelheid van 41,2 km/u voor de winnares. Voor ons was het een andere koers. Na de finish vertelde Kim aan de pers dat ze zich waarschijnlijk beter voelde dan ooit voor de crash. Dat ze de aanvallen op de Cipressa comfortabel had gevolgd en wachtte op haar moment op de Poggio. Dat moment kwam nooit.

Wat de weg leert

Het contrast van Milano-Sanremo 2026 laat me niet los. Het ene moment voelt alles perfect, de voorbereiding klopt, het lichaam is klaar, de benen draaien rond, en het volgende moment lig je op de grond. Dat is wielrennen, maar het is ook het leven. Als kinesitherapeut zie ik dat contrast regelmatig terug bij patienten. Iemand die in topvorm is en plotseling een acute blessure oploopt. De mentale klap die daarbij komt, het gevoel dat je alles goed deed en toch geraakt werd, is soms groter dan de fysieke schade.

Maar wat ik ook meeneem uit die dag is de structuur. Wanneer een renster na een val de finishzone binnenrijdt, moet je snel en kalm beslissingen nemen. Is er een hoofdletsel? Kan ze bewegen? Is er zichtbare schade aan het been, de schouder, het bekken? Dat triage-denken, die gestructureerde beoordeling onder extreme druk, gebruik ik dagelijks in de praktijk. Wanneer iemand binnenkomt met een acute klacht, valt alles op zijn plaats. De rust om systematisch te evalueren, de ervaring om snel te schakelen, het vertrouwen om beslissingen te nemen. Dat leer je niet uit een boek.

Kim Le Court-Pienaar stapte weer op en reed naar de streep. Debora Silvestri werd naar het ziekenhuis gebracht. Kopecky won op de Via Roma. Drie verhalen, dezelfde koers, dezelfde afdaling. De recovery na zo'n dag gaat verder dan alleen het lichaam. Het is het vertrouwen herstellen dat het weer goed komt. Dat je weer op de fiets kunt stappen, dat je weer kunt koersen. Die wisselwerking tussen het fysieke en het mentale is wat de koers me leert, en wat ik meeneem naar elke behandeling bij Thrive.

Vragen over dit onderwerp?

Neem contact op voor een persoonlijk adviesgesprek in onze praktijk in Herzele.